reactie op een uitgeschreven columnisten wedstrijd van de site girlscene.nl,
Ik heb lichte kritiek op deze wedstrijd, vandaar deze column.
Een van de grootste meidensites van Nederland, te vinden onder de URL www.girlscene.nl, heeft een columnisten wedstrijd uitgeschreven. De plek voor ‘Nederlands grootste schrijftalent’ om zijn kwaliteiten te showen, en zijn talenten te delen met de zeshonderdduizend unieke maandelijkse bezoekers.
De definitie van een column luid volgens het altijd betrouwbare woordenboek:
‘Korte prozatekst, geschreven voor een dag- of weekblad of voor een tijdschrift door een medewerker die vanuit een onafhankelijke positie bepaalde onderwerpen die vaak een bepaalde actualiteitswaarde hebben op de korrel neemt.’
En die onafhankelijke positie, daar draait het om. Een columnist moet een voorvechter zijn van de vrijheid van meningsuiting, en de grenzen hiervan constant blijven opzoeken. Een eigen mening onverhuld naar voren brengen, dat is het doel.
Maar wat heeft Girlscene bedacht? De deelname aan de columnisten wedstrijd vind plaats door een ‘column’ te schrijven waarin je verteld wat je zo leuk vind aan de eerder genoemde site. Nu moet men weten dat op girlscene.nl leuke artikelen staan, maar de nieuwswaarde ervan is meestal zeer laag, net als het niveau van de geschreven artikelen. Dat juist deze site nu opzoek is naar ‘Nederlands grootste schrijftalent’ is niet zo vreemd, aangezien de redacteuren dat zelf in ieder geval niet zijn. Maar dat ze op zoek zijn naar een columnist is wel vreemd, aangezien ze daarmee vragen om stukken met enig niveau, waarin een kritische blik gegeven wordt op maatschappelijke onderwerpen.
En die kritische blik op zaken, daar kunnen ze op girlscene meestal niet zo goed tegen.
Het meest interessante deel van de site zijn dan ook niet de door de redactie geschreven artikelen, maar juist het forum. Een forum is vanuit de oudheid een plaats waar Jan en alleman zijn mening mag verkondigen en verdedigen, maar op girlscene denken de redacteuren daar heel anders over. Een flink censuurbeleid bepaald wat je wel en niet mag posten, en als jouw mening niet bevalt wordt je ‘gebanned’. Je kunt inmiddels wel raden dat mijn mening niet altijd gewaardeerd wordt, en dus ben ik ook een maand van het forum verbannen. Een echte kritische columnist, met een eigen visie en een mening die misschien niet altijd aansluit op die van de redacteuren, daar is Girlscene nog lang niet klaar voor.
Maar wat nog het aller belachelijkst is van deze hele wedstrijd, is het feit dat de geschreven slijmbetogen over de site gepubliceerd moeten worden in de schoolkrant of lokaal dagblad. Heel belangrijk hierbij is dat de URL van de site, www.girlscene.nl dus, vermeld wordt. Aan die eis voldoe ik inmiddels ruimschoots, en ik heb ook nog wel de neiging om dit stuk in te sturen naar een krantje a la de Televaag, of toepasselijker: www.geenstijl.nl/ . Want een westrijd uitschrijven alsof je opzoek bent naar een ‘columnist’, die vervolgens alleen stukken mag schrijven over girlscene-correcte onderwerpen zoals oppervlakkige meidenzaken en gebroken nagels, is natuurlijk al behoorlijk vreemd. Maar als het echte motief achter de wedstrijd dan vooral reclame voor de eigen site blijkt te zijn, dan ben je bijna niet meer serieus te nemen.
Columns over politiek, actualiteit, het leven en andere belangrijke en onbelangrijke zaken.
vrijdag 26 februari 2010
woensdag 10 februari 2010
Huilen om Haïti
Het kan je niet ontgaan zijn, de ramp die op 12 Januari het eiland Haïti letterlijk door elkaar schudde en alles overhoop gooide. Gebouwen in puin, honderden mensen omgekomen, familieleden en vrienden weggerukt door natuurgeweld. Ramp.
Een kind zonder ouders, stapels lijken in de straten, geplunderde winkels, dat zijn de beelden die ons sinds die dag bereiken. De harde werkelijkheid misschien, en die moet je niet minder lelijk proberen te maken dan hij is.
Maar ik vind deze media aandacht vooral een verschrikkelijk voorbeeld van de westerse emotie tv, waar ik me al jaren zo aan erger. Een beeld schetsen van een situatie heeft nieuwswaarde, maar het oneindig uitzenden van huilende kinderen en bloedende mensen gaat volledig aan dit doel voorbij. Dat is namelijk gewoon bedoeld om tranen te trekken, en natuurlijk portemonnees. Want geld is nodig, veel geld.
Het idee dat wij gierige westerlingen alleen geld zullen storten als we overspoeld worden met verschrikkelijke beelden, vind ik een grote belediging, maar dat is wel waar de meeste ‘goede’ doelen tegenwoordig vanuit gaan. Een reclame campagne van het kankerfonds, die ongetwijfeld ongelooflijk goed werk doen, begint standaard met een terminaal patientje die úw hulp nú nodig heeft.
Tranen trekken dus. Gericht op het gevoel van de Nederlander in plaats van het verstand. Men gaat er zonder meer vanuit gaan dat we niet verstandig genoeg zijn om goede doelen te steunen, omdat we simpelweg alleen aan onszelf zouden denken.
Ik wordt er inmiddels zo misselijk van, dat ik weiger geld te storten als men niets beters te bieden heeft dan hongerige kindertjes of afgerukte ledematen. Ik wil feiten zien, want we moeten niet vergeten dat grote hoeveelheden geld nooit zullen belanden bij die Haitiaanse weeskindjes. Administratie kosten, koffie-drink-kosten en directeurs salarissen, het runnen van een Goed Doel schijnt tegenwoordig verdomd duur te zijn. En dan mag je nog hopen dat ze daar op z’n minst fair trade koffie drinken van het door jou gestortte geld.
Mocht jij je geld al overgemaakt hebben op giro 555, dan heb je op z’n minst een goed en gevoelig hart. Maar ik geloof er pas weer in als ik concrete plannen zie, en lachende kinder gezichtjes.
Een kind zonder ouders, stapels lijken in de straten, geplunderde winkels, dat zijn de beelden die ons sinds die dag bereiken. De harde werkelijkheid misschien, en die moet je niet minder lelijk proberen te maken dan hij is.
Maar ik vind deze media aandacht vooral een verschrikkelijk voorbeeld van de westerse emotie tv, waar ik me al jaren zo aan erger. Een beeld schetsen van een situatie heeft nieuwswaarde, maar het oneindig uitzenden van huilende kinderen en bloedende mensen gaat volledig aan dit doel voorbij. Dat is namelijk gewoon bedoeld om tranen te trekken, en natuurlijk portemonnees. Want geld is nodig, veel geld.
Het idee dat wij gierige westerlingen alleen geld zullen storten als we overspoeld worden met verschrikkelijke beelden, vind ik een grote belediging, maar dat is wel waar de meeste ‘goede’ doelen tegenwoordig vanuit gaan. Een reclame campagne van het kankerfonds, die ongetwijfeld ongelooflijk goed werk doen, begint standaard met een terminaal patientje die úw hulp nú nodig heeft.
Tranen trekken dus. Gericht op het gevoel van de Nederlander in plaats van het verstand. Men gaat er zonder meer vanuit gaan dat we niet verstandig genoeg zijn om goede doelen te steunen, omdat we simpelweg alleen aan onszelf zouden denken.
Ik wordt er inmiddels zo misselijk van, dat ik weiger geld te storten als men niets beters te bieden heeft dan hongerige kindertjes of afgerukte ledematen. Ik wil feiten zien, want we moeten niet vergeten dat grote hoeveelheden geld nooit zullen belanden bij die Haitiaanse weeskindjes. Administratie kosten, koffie-drink-kosten en directeurs salarissen, het runnen van een Goed Doel schijnt tegenwoordig verdomd duur te zijn. En dan mag je nog hopen dat ze daar op z’n minst fair trade koffie drinken van het door jou gestortte geld.
Mocht jij je geld al overgemaakt hebben op giro 555, dan heb je op z’n minst een goed en gevoelig hart. Maar ik geloof er pas weer in als ik concrete plannen zie, en lachende kinder gezichtjes.
woensdag 27 januari 2010
Plastic Fantastic
Tegenwoordig is geen tijdschrift, krant, tv programma of straathoek meer veilig. Overal rukt het op, van subtiele correcties tot volledige verbouwingen, en van een onschuldige ingreep tot een slopende verslaving. De drang naar perfectie gaat tegenwoordig veel verder dan een strakke buik en glanzend haar, het hele lichaam moet aangepast worden om aan een waanbeeld van perfectie te voldoen.
En tegenwoordig is het geen schande meer om toe te geven dat je borsten gevuld zijn met chemicaliën en dat je nieuwe neus je zesduizend dollar gekost heeft, je moet het juist zo veel mogelijk benadrukken. Sterren als Heidi Montag, te beschrijven als de personificatie van een Barbie met het IQ van een pantoffeldiertje, geven vrolijk toe dat ze verslaafd zijn aan de scalpel, en raden iedereen een bezoekje aan de chirurg aan.
Deze verslaving wordt gedreven door de drang naar perfectie, maar wat is perfect?
In de jaren vijftig streefden alle vrouwen bijvoorbeeld naar puntige borsten, en hiervoor werden de meest vreemde BH’s uit de kast gehaald. Maar wat nou als de huidige plastisch chirurgie hype vijftig jaar eerder gekomen was? Dan liepen er nu massa’s bejaarde dames rond met puntige siliconen borsten, en of ze daar dan nog zo blij mee geweest zouden zijn is te betwijfelen.
Conclusie? Perfectie bestaat niet. En het streven naar uiterlijke perfectie is daarmee pure tijdverspilling. Maar helaas zijn er meer jonge meiden die Heidi Montag adoreren dan dat er meiden zijn die naar mij luisteren, dus zal deze The Hills Barbie nog voor velen een slecht voorbeeld vormen.
Maar zodra je achttien bent staat het je vrij om van je zuur verdiende centjes een nieuwe neus te kopen. Of je er gelukkig van wordt valt natuurlijk te betwijfelen, maar dan hoor je er wel bij, en heb je altijd een mooi verhaal te vertellen op die befaamde jetset feestjes.
Ben jij best tevreden met je neus, ben je bang voor het mes of heb je simpelweg de centen niet om je te laten verbouwen? Plak er dan gewoon een pleister op, studeer een dramatisch verhaaltje in, en dan tel je ook al helemaal mee in Snolliewood.
En tegenwoordig is het geen schande meer om toe te geven dat je borsten gevuld zijn met chemicaliën en dat je nieuwe neus je zesduizend dollar gekost heeft, je moet het juist zo veel mogelijk benadrukken. Sterren als Heidi Montag, te beschrijven als de personificatie van een Barbie met het IQ van een pantoffeldiertje, geven vrolijk toe dat ze verslaafd zijn aan de scalpel, en raden iedereen een bezoekje aan de chirurg aan.
Deze verslaving wordt gedreven door de drang naar perfectie, maar wat is perfect?
In de jaren vijftig streefden alle vrouwen bijvoorbeeld naar puntige borsten, en hiervoor werden de meest vreemde BH’s uit de kast gehaald. Maar wat nou als de huidige plastisch chirurgie hype vijftig jaar eerder gekomen was? Dan liepen er nu massa’s bejaarde dames rond met puntige siliconen borsten, en of ze daar dan nog zo blij mee geweest zouden zijn is te betwijfelen.
Conclusie? Perfectie bestaat niet. En het streven naar uiterlijke perfectie is daarmee pure tijdverspilling. Maar helaas zijn er meer jonge meiden die Heidi Montag adoreren dan dat er meiden zijn die naar mij luisteren, dus zal deze The Hills Barbie nog voor velen een slecht voorbeeld vormen.
Maar zodra je achttien bent staat het je vrij om van je zuur verdiende centjes een nieuwe neus te kopen. Of je er gelukkig van wordt valt natuurlijk te betwijfelen, maar dan hoor je er wel bij, en heb je altijd een mooi verhaal te vertellen op die befaamde jetset feestjes.
Ben jij best tevreden met je neus, ben je bang voor het mes of heb je simpelweg de centen niet om je te laten verbouwen? Plak er dan gewoon een pleister op, studeer een dramatisch verhaaltje in, en dan tel je ook al helemaal mee in Snolliewood.
zondag 24 januari 2010
Ge(t)rommel on tape
Gister avond, na een overweldigend, oorverdovend maar geweldig concert van slagerij van kampen, die geen vlees verkopen, maar wel harten op hol doen slaan met hun percussie werk, was het tijd om samen met mijn vriend lekker onder de dekens te kruipen.
Aangezien ik een vrouw ben, was ik eerst nog een half uur bezig met het verwijderen van make-up en tandplaque, en het aanbrengen van de nodige crèmes en andere zaken waar veel mannen het belang niet van begrijpen.
Vriendlief lag inmiddels al lang en breed onder onze nieuwe, dikke, donzen en veel te dure dekens. Toen ik eindelijk uit gerommeld was in de badkamer, kroop ik rustig en nietsvermoedend tegen hem aan. Hij deed moeite om mij van elke vorm van textiel te ontdoen, want het nut van kleding, en dan vooral de hoeveelheden die ik er van heb, is hem nooit echt duidelijk geworden.
Na wat gefrunnik aan het sluitinkje van mijn bh, kwam op eens de vraag. ‘Lief, ga eens helemaal onder de dekens liggen, en kun je dan van me af gaan?’.
Wat is er mis, wat doe ik verkeerd, heeft hij een ander, vind hij me dik?
Typische vrouwen vragen die links en rechts door mijn brein schoten.
Maar terwijl ik me omdraaide boog hij naar het voeteneinde, en pakte vanaf een plank aan de muur zijn video camera, met een knipperend rood lampje.
Mijn gezicht veranderde langzaam van verbaasd, via geschokt naar woedend. En zijn enige mededeling was
‘Zie je wel, zo simpel is dat’. En ik moest toegeven, het was simpel.
Nu stond ook ik op tape, wel is waar alleen mijn rug en zijn mislukte pogingen om mijn bh los te maken, waarna ik me op zijn advies onder de dekens verstopte, maar toch. En ondanks dat ik dit nu op internet zet, had ik het zeker niet leuk gevonden als de beelden op youtube beland waren.
Mocht je mijn vriend nu een enorme klootzak vinden, dan kan ik je gerust stellen. Deze seks tape poging was alleen een manier om mij de mond te snoeren, na al mijn betogen over belachelijk naïeve meisjes die zich laten filmen tijdens de seks.
Het was een goede manier om nog maar eens te leren dat dingen niet altijd gegaan zijn zoals je in eerste instantie zou denken, en dat je mensen niet zomaar mag veroordelen.
Heb je toch interesse in mijn gerommel on tape? Helaas, we hebben er overheen gefilmd, en het enige dat je nu nog op tape staat zijn twee lachende hoofdjes die boven een dikke donzen deken uit komen. Al met al was het een fijne, vreemde en leerzame avond, waar gelukkig geen bewijs meer van terug te vinden is, behalve de voorafgaande 463 woorden.
Aangezien ik een vrouw ben, was ik eerst nog een half uur bezig met het verwijderen van make-up en tandplaque, en het aanbrengen van de nodige crèmes en andere zaken waar veel mannen het belang niet van begrijpen.
Vriendlief lag inmiddels al lang en breed onder onze nieuwe, dikke, donzen en veel te dure dekens. Toen ik eindelijk uit gerommeld was in de badkamer, kroop ik rustig en nietsvermoedend tegen hem aan. Hij deed moeite om mij van elke vorm van textiel te ontdoen, want het nut van kleding, en dan vooral de hoeveelheden die ik er van heb, is hem nooit echt duidelijk geworden.
Na wat gefrunnik aan het sluitinkje van mijn bh, kwam op eens de vraag. ‘Lief, ga eens helemaal onder de dekens liggen, en kun je dan van me af gaan?’.
Wat is er mis, wat doe ik verkeerd, heeft hij een ander, vind hij me dik?
Typische vrouwen vragen die links en rechts door mijn brein schoten.
Maar terwijl ik me omdraaide boog hij naar het voeteneinde, en pakte vanaf een plank aan de muur zijn video camera, met een knipperend rood lampje.
Mijn gezicht veranderde langzaam van verbaasd, via geschokt naar woedend. En zijn enige mededeling was
‘Zie je wel, zo simpel is dat’. En ik moest toegeven, het was simpel.
Nu stond ook ik op tape, wel is waar alleen mijn rug en zijn mislukte pogingen om mijn bh los te maken, waarna ik me op zijn advies onder de dekens verstopte, maar toch. En ondanks dat ik dit nu op internet zet, had ik het zeker niet leuk gevonden als de beelden op youtube beland waren.
Mocht je mijn vriend nu een enorme klootzak vinden, dan kan ik je gerust stellen. Deze seks tape poging was alleen een manier om mij de mond te snoeren, na al mijn betogen over belachelijk naïeve meisjes die zich laten filmen tijdens de seks.
Het was een goede manier om nog maar eens te leren dat dingen niet altijd gegaan zijn zoals je in eerste instantie zou denken, en dat je mensen niet zomaar mag veroordelen.
Heb je toch interesse in mijn gerommel on tape? Helaas, we hebben er overheen gefilmd, en het enige dat je nu nog op tape staat zijn twee lachende hoofdjes die boven een dikke donzen deken uit komen. Al met al was het een fijne, vreemde en leerzame avond, waar gelukkig geen bewijs meer van terug te vinden is, behalve de voorafgaande 463 woorden.
Labels:
persoonlijk,
seks tapes,
slagerij van kampen,
tape,
video
donderdag 21 januari 2010
Hey, ik ook van jou!
Hey, ik ook van jou!
Houden van, voor mij is het lange tijd een groot mysterie geweest. Maar wat van iemand houden nou precies is, lijkt ieder ander redelijk zeker te weten.
Ik heb altijd in der veronderstelling geleefd dat je dingen namelijk alleen vol overtuiging roept als je zeker weet wat je zegt. Voordat je met feiten begint te strooien hoor je die na te trekken, en voordat je je mening uit moet je zorgen dat die ergens op gegrond is. Maar hoe zit dat dan, dat houden van? Een echt antwoord heb ik er tot nu toe helaas toch nog niet op kunnen krijgen. En dat is over het algemeen nu juist het probleem, dat we niet weten wat we zeggen, en dingen roepen zonder na te denken.
Nu is houden van een mooie term, met een grote emotionele waarde, en juist het feit dat we niet eens weten wat we precies zeggen versterkt het effect. Houden van, iets ongrijpbaars en onbeschrijfelijks, dat we als antwoord erop meestal niet verder komen dan die vier woorden: ‘ik ook van jou’, zonder erover na te denken.
Eerst denken, dan doen. Twee simpele stappen die bij verwisseling vaak pijnlijke gevolgen met zich meebrengen. ‘Ik ook van jou’ is niet zo handig om te zeggen tegen iemand van wie je niet houd, maar dat is niet het grootste probleem. Ook zinnen als ‘Ik maak je af’, ‘Vuile hoer’, en ‘Krijg de kanker’ vallen steeds vaker, en in de meeste gevallen, gelukkig, zonder dat daar ook maar een seconde over na gedacht is.
Of ten minste, dat hoop ik. Want kanker is iets dat geen enkel weldenkend mens een ander toe zou wensen. De nieuwe campagne ‘kanker verziekt je taal’ is er natuurlijk niet voor niets, maar de problemen gaan verder. Men denkt niet.
Daarom stem ik voor een campagne ter bevordering van het helder nadenken. Een seconde. Slechts een van de 86400 seconden die een dag telt, om na te denken voordat je iets luidkeels en grofgebekt verkondigd.
En voor wie niet na kan denken? Die moet dan maar verder leven in stilte. En mocht je toch nog een opmerking als ‘Ik haat je vuile slet’ naar je hoofd krijgen, roep dan lachend terug ‘Ik ook van jou!’.
Houden van, voor mij is het lange tijd een groot mysterie geweest. Maar wat van iemand houden nou precies is, lijkt ieder ander redelijk zeker te weten.
Ik heb altijd in der veronderstelling geleefd dat je dingen namelijk alleen vol overtuiging roept als je zeker weet wat je zegt. Voordat je met feiten begint te strooien hoor je die na te trekken, en voordat je je mening uit moet je zorgen dat die ergens op gegrond is. Maar hoe zit dat dan, dat houden van? Een echt antwoord heb ik er tot nu toe helaas toch nog niet op kunnen krijgen. En dat is over het algemeen nu juist het probleem, dat we niet weten wat we zeggen, en dingen roepen zonder na te denken.
Nu is houden van een mooie term, met een grote emotionele waarde, en juist het feit dat we niet eens weten wat we precies zeggen versterkt het effect. Houden van, iets ongrijpbaars en onbeschrijfelijks, dat we als antwoord erop meestal niet verder komen dan die vier woorden: ‘ik ook van jou’, zonder erover na te denken.
Eerst denken, dan doen. Twee simpele stappen die bij verwisseling vaak pijnlijke gevolgen met zich meebrengen. ‘Ik ook van jou’ is niet zo handig om te zeggen tegen iemand van wie je niet houd, maar dat is niet het grootste probleem. Ook zinnen als ‘Ik maak je af’, ‘Vuile hoer’, en ‘Krijg de kanker’ vallen steeds vaker, en in de meeste gevallen, gelukkig, zonder dat daar ook maar een seconde over na gedacht is.
Of ten minste, dat hoop ik. Want kanker is iets dat geen enkel weldenkend mens een ander toe zou wensen. De nieuwe campagne ‘kanker verziekt je taal’ is er natuurlijk niet voor niets, maar de problemen gaan verder. Men denkt niet.
Daarom stem ik voor een campagne ter bevordering van het helder nadenken. Een seconde. Slechts een van de 86400 seconden die een dag telt, om na te denken voordat je iets luidkeels en grofgebekt verkondigd.
En voor wie niet na kan denken? Die moet dan maar verder leven in stilte. En mocht je toch nog een opmerking als ‘Ik haat je vuile slet’ naar je hoofd krijgen, roep dan lachend terug ‘Ik ook van jou!’.
dinsdag 25 augustus 2009
Beter iets dan niets
Beter iets dan niets
De vakantie, de tijd van het massale niets doen. De gemiddelde Nederlander is een expert op dit gebied en ligt dan ook graag niksend in de Zuid-Spaanse zon. Nu heb ik altijd al geweten dat ik anders ben dan de gemiddelde Nederlander, maar ook nu wordt dat weer evnen pijnlijk duidelijk.
Nadat ik mijn gehele vakantie redelijk druk geweest ben met surfen, in de file staan (zie vorig blog), werken, zwemmen en shoppen, had ik vannavond even helemaal niets te doen. Morgen begint het schoolgaande leven weer en in plaats van genieten van die laatste paar vrije uurtjes, loop ik gestressed door het huis op zoek naar enige vorm van vermaak.
Nu zullen jullie denken: Ga toch schrijven. En zoals je merkt is dat ook wat ik uiteindelijk ben gaan doen. Maar schrijven gaat de afgelopen tijd niet meer zo vanzelf, want ik heb last van een ernstig writersblock, genaamd Verliefdheid.
Waar alle geroemde schrijvers bakken vol inspiratie krijgen van die zogenaamde liefde, levert het mij een grote rooskleurige waas op die mijn anders zo scherpe gedachtengangen vertroebelt. En voordat ik dan een volledige zin op papier heb, wordt ik afgeleid door een bevlieging van ‘de wereld is mooi’ gevoelens.
Een korte omschrijving van mijn onbeschreven muze? Groot, breed, donker. En voor degenen die het (on)genoegen hebben mij persoonlijk te kennen, dat is precies het tegenovergestelde mij.
Ik geloofde nooit dat tegenpolen elkaar aan trekken, totdat ik in de tweedeklas het natuurkundige bewijs zag. Ik haal het nog net niet in mijn hoofd om hier natuurkundige wetten te gaan bestrijden, maar op romantisch vlak was ik nogsteeds niet overtuigd van de geroemde stelling ‘opposites atrackt’. Vandaar dat bij mijn vorige pogingen tot relaties altijd een alternatieve artistieke manspersoon betrokken was. Mijn gevoelens voor deze punkbroekies gingen niet dieper dan hun vingers en dus was het meestal al snel einde relatie.
Maar de afgelopen tijd lijkt alles anders. Inmiddels zijn ‘wij’ alweer een maand of zes een feit, en het gaat verbazingwekkend goed. Geen gezeik om niets, en geen gezeur over van alles. En misschien is het ook wel tijd om toe te geven dat de wereld best mooi kan zijn door een roze bril. Zolang je maar onthoud om hem af en toe af te zetten, zodat je de zwart-witte realiteit niet uit het oog verliest.
De vakantie, de tijd van het massale niets doen. De gemiddelde Nederlander is een expert op dit gebied en ligt dan ook graag niksend in de Zuid-Spaanse zon. Nu heb ik altijd al geweten dat ik anders ben dan de gemiddelde Nederlander, maar ook nu wordt dat weer evnen pijnlijk duidelijk.
Nadat ik mijn gehele vakantie redelijk druk geweest ben met surfen, in de file staan (zie vorig blog), werken, zwemmen en shoppen, had ik vannavond even helemaal niets te doen. Morgen begint het schoolgaande leven weer en in plaats van genieten van die laatste paar vrije uurtjes, loop ik gestressed door het huis op zoek naar enige vorm van vermaak.
Nu zullen jullie denken: Ga toch schrijven. En zoals je merkt is dat ook wat ik uiteindelijk ben gaan doen. Maar schrijven gaat de afgelopen tijd niet meer zo vanzelf, want ik heb last van een ernstig writersblock, genaamd Verliefdheid.
Waar alle geroemde schrijvers bakken vol inspiratie krijgen van die zogenaamde liefde, levert het mij een grote rooskleurige waas op die mijn anders zo scherpe gedachtengangen vertroebelt. En voordat ik dan een volledige zin op papier heb, wordt ik afgeleid door een bevlieging van ‘de wereld is mooi’ gevoelens.
Een korte omschrijving van mijn onbeschreven muze? Groot, breed, donker. En voor degenen die het (on)genoegen hebben mij persoonlijk te kennen, dat is precies het tegenovergestelde mij.
Ik geloofde nooit dat tegenpolen elkaar aan trekken, totdat ik in de tweedeklas het natuurkundige bewijs zag. Ik haal het nog net niet in mijn hoofd om hier natuurkundige wetten te gaan bestrijden, maar op romantisch vlak was ik nogsteeds niet overtuigd van de geroemde stelling ‘opposites atrackt’. Vandaar dat bij mijn vorige pogingen tot relaties altijd een alternatieve artistieke manspersoon betrokken was. Mijn gevoelens voor deze punkbroekies gingen niet dieper dan hun vingers en dus was het meestal al snel einde relatie.
Maar de afgelopen tijd lijkt alles anders. Inmiddels zijn ‘wij’ alweer een maand of zes een feit, en het gaat verbazingwekkend goed. Geen gezeik om niets, en geen gezeur over van alles. En misschien is het ook wel tijd om toe te geven dat de wereld best mooi kan zijn door een roze bril. Zolang je maar onthoud om hem af en toe af te zetten, zodat je de zwart-witte realiteit niet uit het oog verliest.
Labels:
persoonlijk,
vakantie,
verliefdheid,
writersblock
donderdag 13 augustus 2009
het leed dat file heet
Het leed dat file heet
Vakantie, een tijd om te ontspannen. Heel Nederland probeert te ontsnappen aan de dagelijkse drukte, maar dat blijkt een lastige opdracht. De weg naar rust gaat namelijk over de drukste wegen van Europa.
Ik had dit jaar een vakantie naar zuid-Frankrijk op het programma staan. Geen school, geen werk, alleen maar mooi weer en rust aan m’n kop.
Dus toen ik twee weken geleden om zes uur ‘s ochtends in de auto stapte was ik vol goede moed. Twaalf uur in de auto was niet iets waar ik naar uit keek, maar hoe erg zou het kunnen zijn?
Heel erg. Slapen in een auto bleek beter te gaan toen ik nog echt klein was, en bij gebrek aan TomTom daalde de stemming tot een nulpunt. En net als je denkt dat het niet vervelender kan worden, doemt voor je een rode waas op.
Rood is de kleur van gevaar, van hoeren, van brand. Allemaal zaken waarbij ik persoonlijk liever ver uit de buurt blijf. Maar op de hobbelige Belgische snelwegen werd ik er pijnlijk aan herrinerd dat rood ook de kleur is van remlichten.
Eén van de enige voordelen van file is dat je tijd hebt om na te denken, tenzij alle normale gedachten weggedrongen worden door frustratie. Ik besloot voor de eerste optie te gaan, en begon de stroom auto’s te analyseren.
Honderden mensen in honderden auto’s, de helft volgepakt met dakkoffers en fietsendragers. Dat zijn de toeristen, en de oorzaak van het file leed.
De andere helft zijn zakenmannen, vrachtwagen chauffeurs, en huisvrouwen die de indringers zien als de wortel van het kwaad.
Ik heb me nog nooit de wortel van enig kwaad gevoeld, maar ik nu had ik oprecht medelijden met die zoetgevooisde Fransen en Belgen die gewoon probeerden van A naar B(eter) te komen. En dat medeleven voelde goed, want het voorkwam dat ik zou stikken in zelfmedelijden.
Na zeventien uur waren we dan eindelijk bij ons huisje, en kon de rust beginnen. En van deze reis heb ik 1 ding geleerd: het kan altijd erger.
Want eigenlijk had ik niets te klagen; onze auto had airco, lederen bekleding, en geen jengelende kinderen op de achterbank.
De moraal van dit verhaal: niet zo zeuren met z’n allen. Gewoon dat gaspedaal indrukken en niet stil gaan staan, dat zou een geweldige oplossing zijn. Maar als je dan toch weer eens in zo’n verdomde file staat, probeer dan te genieten van het feit dat je eindelijk eens niet wordt opgejaagd door onze hyperactieve samenleving.
Vive la France!
Vakantie, een tijd om te ontspannen. Heel Nederland probeert te ontsnappen aan de dagelijkse drukte, maar dat blijkt een lastige opdracht. De weg naar rust gaat namelijk over de drukste wegen van Europa.
Ik had dit jaar een vakantie naar zuid-Frankrijk op het programma staan. Geen school, geen werk, alleen maar mooi weer en rust aan m’n kop.
Dus toen ik twee weken geleden om zes uur ‘s ochtends in de auto stapte was ik vol goede moed. Twaalf uur in de auto was niet iets waar ik naar uit keek, maar hoe erg zou het kunnen zijn?
Heel erg. Slapen in een auto bleek beter te gaan toen ik nog echt klein was, en bij gebrek aan TomTom daalde de stemming tot een nulpunt. En net als je denkt dat het niet vervelender kan worden, doemt voor je een rode waas op.
Rood is de kleur van gevaar, van hoeren, van brand. Allemaal zaken waarbij ik persoonlijk liever ver uit de buurt blijf. Maar op de hobbelige Belgische snelwegen werd ik er pijnlijk aan herrinerd dat rood ook de kleur is van remlichten.
Eén van de enige voordelen van file is dat je tijd hebt om na te denken, tenzij alle normale gedachten weggedrongen worden door frustratie. Ik besloot voor de eerste optie te gaan, en begon de stroom auto’s te analyseren.
Honderden mensen in honderden auto’s, de helft volgepakt met dakkoffers en fietsendragers. Dat zijn de toeristen, en de oorzaak van het file leed.
De andere helft zijn zakenmannen, vrachtwagen chauffeurs, en huisvrouwen die de indringers zien als de wortel van het kwaad.
Ik heb me nog nooit de wortel van enig kwaad gevoeld, maar ik nu had ik oprecht medelijden met die zoetgevooisde Fransen en Belgen die gewoon probeerden van A naar B(eter) te komen. En dat medeleven voelde goed, want het voorkwam dat ik zou stikken in zelfmedelijden.
Na zeventien uur waren we dan eindelijk bij ons huisje, en kon de rust beginnen. En van deze reis heb ik 1 ding geleerd: het kan altijd erger.
Want eigenlijk had ik niets te klagen; onze auto had airco, lederen bekleding, en geen jengelende kinderen op de achterbank.
De moraal van dit verhaal: niet zo zeuren met z’n allen. Gewoon dat gaspedaal indrukken en niet stil gaan staan, dat zou een geweldige oplossing zijn. Maar als je dan toch weer eens in zo’n verdomde file staat, probeer dan te genieten van het feit dat je eindelijk eens niet wordt opgejaagd door onze hyperactieve samenleving.
Vive la France!
Abonneren op:
Posts (Atom)