zondag 9 mei 2010

Het kan zo simpel niet zijn

In Irak is het oorlog, Haïti is nog steeds verwoest, de zeespiegel stijgt. In Afrika hebben de kinderen nog steeds honger, Tbs'ers wandelen de kliniek uit. Griekenland is failliet en trekt de hele eurozone mee in haar ondergang. Maar ik, ik ben gelukkig.

Zelfs de stress van de aankomende eindexamens krijgt mij er niet onder.
Vandaag vier ik dat ik één jaar samen ben met m’n vriend, wat mij vroeger altijd een onmogelijke opgave leek. Maar dit jaar is voorbij gevlogen. Mijn verjaardag, zijn verjaardag, de vakantie, kerst, oud en nieuw, Pasen; we hebben het allemaal overleefd.

Voor m'n gevoel gaat het allemaal iets te makkelijk. Ik vrees nu voor een bominslag, of de constatering van een levensbedreigende ziekte. Want zo simpel als het nu lijkt, kan het leven toch niet zijn?

Natuurlijk is er de kans dat ik zak voor mijn eindexamen, dan zou dat de grote klap zijn die mij van m’n roze wolk af sodemietert. Maar als ik dan denk aan de kindsoldaten in Afrika, of de jonge oorlogsslachtoffers in Irak, kan ik maar één ding concluderen: Zo slecht hebben we het hier nog niet.

En zeker de jeugd heeft hier alle mogelijkheden. Er is nu zelfs een partij, speciaal voor de jongeren: Lijst Nul. Of was het nou Lijst Lef? Nee inmiddels is het Lijst 17!
Een partij die zich onder de bezielende leiding van Lot (Lijst Lot, allitereert ook wel lekker) stort op de rechten van jongeren. Kinderen, ouders, ouderen? Die zijn zo belangrijk niet volgens Lot. De Jongeren hebben namelijk alle belastingcenten nodig voor meer studiefinanciering, minder kamerhuur, betere colleges en als het even kan gratis siliconen borsten voor iedereen met cup C of minder!
De hele democratie wordt onderuit geschoffeld door het idee dat je je als partij zou moeten focussen op slechts één doelgroep. Ikke ikke ikke en de rest van Nederland kan stikken. Nu is het wetenschappelijk bewezen dat pubers egocentrisch zijn en dus voornamelijk aan zichzelf denken, maar Lot heeft het daarmee wel erg hoog in haar bol gekregen.

Ik mag dus hopen dat er genoeg jongeren zijn met een greintje solidariteit in hun brein, zodat ze zich bedenken voordat ze hun stem opofferen aan Lijst Lot. Het lijkt een beetje op de Kleine Zeemeermin, die haar stem gaf aan heks Ursula in ruil voor voeten. Jongeren moeten nu hun stem gaan geven aan heks Lot, maar in ruil voor wat?
Alles wat je er voor terug krijgt is een hele hoop gedonder in Den Haag, waarna we de conclusie krijgen dat niemand ‘De Jongerenpartij’ serieus neemt.
Want als je serieus politiek geïnteresseerd bent, en jonger dan 25 jaar, word dan alsjeblieft lid van een serieuze partij. Iets met standpunten en idealen die verder rijken dan het bekrompen jeugdige denkwereldje van Lijst Lot.

Een politieke partij oprichten, het leek ze allemaal zo makkelijk. Maar het bleek nog best lastig om met iets fatsoenlijks op de proppen te komen. Inderdaad Lot: zo simpel kon het niet zijn.

zondag 2 mei 2010

Onbevangen? Ongevangen!

Gevangenissen zijn plaatsen waar we mensen opsluiten, die iets verkeerd gedaan hebben. Zoals de wereldberoemde band Osdorp Posse jaren geleden al rapte:

‘Schorem moet naar de bajes, da's een grote teil met gajes
De nor, de lik, de bak, de cel alswel de Bijlmerbajes’.


Duidelijke woorden, voor een vrij duidelijk principe: Criminelen zet je achter slot en grendel en je laat ze pas vrij als ze hun verdiende straf uitgezeten hebben.

Ook voor mensen die we verdenken van een ernstig misdrijf hebben we een geschikte oplossing: Voorarrest. En blijken ze onschuldig, dan krijgen ze achteraf een gezellige schadevergoeding. Maar zolang ze levens gevaarlijk en waarschijnlijk schuldig zijn, moeten we de samenleving behoeden voor dit soort figuren.

Als de slachtoffers van zo’n crimineel dan ook nog eens jonge meiden zijn, die werden gedwongen tot seks met hijgende hoerenlopers, is het al helemaal belangrijk dat zo’n man veilig opgeborgen blijft.

Maar het Nederlandse rechtssysteem is niet zo hard als het lijkt. Want die mooie maatregelen als ‘voorlopige hechtenis’ wijken wanneer er een ziek oud vrouwtje in het spel is. Mensenhandelaar Murat O heeft namelijk twee maanden ‘tijdelijk verlof’ gekregen, om voor zijn zieke moeder te zorgen. Dat is natuurlijk heel sympathiek van de rechter die die beslissing nam, maar je kunt je afvragen of het verstandig is the sympathiseren met mensenhandelaren die tientallen levens verwoest hebben.

Gelukkig heeft de rechter Murat ook netjes uitgelegd dat hij niet geacht werd op het eerste en beste vliegtuig naar Turkije te springen, maar dat lijkt me een typisch geval van ‘garantie tot de hoek’. Of beter gezegd; garantie tot de grens.
Dan kunnen we alleen nog hopen dat hij met Turkish Airlines besluit te vliegen,
aangezien de kans op een crash dan verreweg het grootst is. Maar helaas heeft deze vliegmaatschappij al te veel onschuldige mensenlevens geëisd en daar hoor je dus geen grappen over te maken.

Ik vrees dat onze reislustige Murat binnen no time veilig in Turkije aan de thee zit, zonder de intentie ooit nog terug te keren naar Nederland, laat staan naar de gevangenis. En voor zijn doodzieke moeder hoop ik dat hij haar op z’n minst vanuit Turkije een beterschapskaartje stuurt.

Ezels stoten zich in het algemeen niet twee keer aan de zelfde steen, maar wij als Nederland zijn nogal hardleers. Misschien is de uitdrukking ‘drie keer is scheepsrecht’ iets toepasselijker. Dan wachten we na mensenhandelaren Saban B en Murat O dus nog op de vlucht van P. Do of Vieze Rik.

Zo zie je maar weer dat in het meest vrije land ter wereld, het beperken van die vrijheid knap lastig blijkt. En mocht je Murat toevallig tegenkomen, denk dan aan mijn eerdere column en sluit hem vooral niet op in een wc. Want voor je het weet ben jij degene die achter de tralies belandt.

vrijdag 23 april 2010

Mijn scheet stinkt niet

Mensen hebben van oorsprong een voorliefde voor zichzelf en alles wat van hen is.
Een voorbeeld daarvan zijn die half roze, kale, krijsende, tandeloze wezentjes: Baby’s. Over het algemeen zijn baby’s al niet het toonbeeld van schoonheid, maar sommigen zijn echt uitzonderlijk lelijk. En toch vinden ouders hun eigen kind altijd prachtig, omdat het hun eigen vlees en bloed is.

Nu is het natuurlijk logisch dat ouders van hun kind houden. En liefde maakt nu eenmaal blind. Eventuele schoonheidsfouten bij baby’s zijn misschien ook nog niet zo’n ramp; Je gaat er stiekem toch van uit dat het nog bijtrekt als ze opgroeien.

Maar de liefde voor jezelf en alles wat daarbij hoort gaat nog veel verder. Want de liefde van de mens gaat niet alleen door de maag; ook door de neus. Je eigen scheten ruiken namelijk altijd net even lekkerder dan die stinkende gassen die anderen eruit persen.
Er zijn weinig mensen die hier openlijk voor uit durven te komen, want het blijft een beetje vies en narcistisch. Maar heb jij wel de ballen om uit te komen voor de voorliefde voor je eigen uitlaatgas? Dan kun je altijd nog het 37ste lid worden van de ‘je eigen scheten ruiken lekker hyves’. Jazeker, die bestaat.

Ook in de media zie je dat men steeds meer op zichzelf begint te geilen. Negatieve publiciteit is ook publiciteit. En sommige semi BN’ers blijven maar hun best doen om in de media te komen; ze vinden zichzelf zo leuk, interessant of lekker dat ze dat telkens weer met heel Nederland proberen te delen. Een voorbeeld van zo’n talentloze zelf lievende C ster? Dries Roelvink. De geblondeerde zanger heeft zijn eigen film die, hoe onverwacht, gelukkig totaal geflopt is.

Een geblondeerde veertiger in een gele speedo, die denkt dat hij leuk genoeg is om een kaskraker rondom zijn eigen persoon te maken. Een goed voorbeeld van hoe een overdreven positief zelfbeeld pijnlijk uit kan pakken. Maar ‘s nachts ligt hij in zijn bed, ruikend aan z’n eigen scheet, denkend aan z’n prachtige baby en z’n goddelijke lichaam. En daar wordt hij zelf waarschijnlijk heel gelukkig van..

En misschien is het maar goed dat we zo veel van onszelf en al het onze houden, dan kunnen we ten minste lekker zeiken op al het andere. Zolang jij maar van jezelf houd, houdt er ten minste iemand van je.

maandag 19 april 2010

Goed geregeld?

Het verdrag voor de rechten van de mens, de rechten van het kind en de Nederlandse grondwet. Zeer belangrijke documenten die de burgers horen te beschermen tegen zichzelf en de overheid. Zaken als gelijke behandeling en vrijheid van godsdienst zijn in ons land dan ook zeer goed vastgelegd. En dat is een groot goed.
Maar de D66 vind dat er nog veel meer dingen zijn waar een mens recht op heeft, bijvoorbeeld internet. De eerder genoemde partij kwam namelijk met het voorstel om in de grondwet vast te leggen dat elk individu recht heeft op de beschikking tot internet.

Internet is natuurlijk een prachtig middel, laten we vooral met z’n allen lekker communicatief bezig blijven, maar om dat nou op te nemen in de grondwet? Ik heb nog een paar zaken die ik dan graag iets beter geregeld zou willen hebben:

- Het recht op koffie
- Het recht op een brievenbus
- Het recht op een mobiele telefoon

Allemaal luxes die bijna vanzelfsprekend zijn. En daarom juist zwaar overbodig om vast te leggen in de grondwet. Maar in bureaucratisch Nederland is niets te gek, dus schrijven we er gewoon nog een paar regeltjes bij in het wetboek.

Zo is het in Nederland bijvoorbeeld verboden om bedrijfsmatig of openbaar kansspelen te organiseren. Ik wacht nu dus in spanning af tot de eerste bejaardenbingo met grof geweld de kop in gedrukt wordt.

Ook is het verboden om een inbreker op je toilet op te sluiten, omdat hij daarbij zijn vrijheid beperkt wordt. Dus wanneer de politie dan eindelijk op komt dagen om die inbreker aan te houden, krijg jij een boete omdat je de arme man van zijn vrijheid hebt beroofd. Het moet niet gekker worden.

In Japan woont in ieder geval een jongeman die het zeker met D66 eens zou zijn. Hij heeft namelijk zijn vader en nichtje vermoord, omdat zijn vader het internet had opgezegd. Door zijn internetverslaving was de jongen compleet doorgedraaid. En de verschrikkelijke gevolgen hiervan zijn pijnlijk duidelijk geworden. Maar aangezien de tweedekamer het wetsvoorstel van de D’66 inmiddels heeft aangenomen, zou in Nederland niet de jongen, maar zijn vader strafbaar zijn.

Ik wordt een beetje moe van al die onzinnige regelgeving. En dan vooral van de ambtenaren die denken dat je deze regels ook moet handhaven. Laten we alle onzinnige regels is schrappen, vooral stoppen met het maken van nieuwe onzinnige wetten. Want alle vrijheden die beschreven staan in de grondwet vallen bijna in het niet bij alle wetten en regels die nageleefd moeten worden.

De wetten beschermen de burgers niet meer, maar de burger moet beschermd worden tegen de bureaucratische regelzucht van de staat.

zaterdag 3 april 2010

In godsnaam…

God, een machtig woord, wat je uit respect met een hoofdletter hoort te schrijven. Natuurlijk is het vreemd dat je ‘iemand’ die hoogstwaarschijnlijk niet bestaat aanduid met een hoofdletter, maar Sinterklaas schrijf je tenslotte ook met de hoofdletter S, dus die G gun ik god gewoon.

Maar wat is die zogenaamde God dan? Een man op een wolk, of slechts een gevoel? Een bron van hoop, of slechts een excuus om alles te doen wat God verboden heeft.

Ik heb nooit zo veel gesnapt van het geloof, ik vraag me af waarom er nog mensen zijn die meedoen aan dat spelletje. Want het geloof is eigenlijk gewoon een spel, waarvan de regels zijn vastgelegd in De Bijbel. Gewoon, net als voetbal: Je doet vrijwillig mee, maar je moet je dan wel aan de regels houden, anders speel je vals.

En dat aan de regels houden, dat valt soms nog vies tegen. Want wat nou als je katholiek bent, maar ook op mannen valt? Nou dat is heel simpel: Dan speel je vals. Je krijgt een rode kaart en moet het spel verlaten.
Ik vind dat een prima redenering: Als je je niet aan de regels wil houden, mag je niet mee doen.

Maar niet iedereen is het daar mee eens, want meteen begonnen er weer mensen te zeuren over discriminatie, artikel 1 van de grondwet en andere irrelevante zaken.
Aan de “katholieke homo’s” heb ik dan ook maar een vraag: Waarom zou je bij een organisatie willen horen, als je weet dat ze je daar niet accepteren? Het is een beetje alsof je als Afro-Amerikaan lid wil worden van de Ku Klux Klan.

Nu heb ik de katholiek kerk wel weer genoeg gelijk gegeven, want ik wil hier niet de indruk wekken dat ik op een of andere manier achter de Paus sta. Ook niet voor de Paus trouwens, want voor je het weet ben je letterlijk de lul. Ik ben altijd al behoorlijk atheïstisch geweest, maar toen de Paus de volgende misselijkmakende zin sprak, besloot ik dat de Katholieke kerk definitief opgeheven moet worden.

Ik citeer: “…dat is waarom, ongeacht de verschrikkelijke zonden die tegen ons begaan door deze zondige kinderen, de Kerk hoort door te gaan en hen te vergeven…”
De Paus vraagt hier verdomme of we de ‘zondige kinderen’ kunnen vergeven.

Als Marc Dutroux op het acht uur journaal gevraagd had of we zijn slachtoffers konden vergeven, had hij er direct nog 5 jaar tbs met dwangverpleging bij gekregen. Maar in naam van die God mag de Paus er blijkbaar uitbraken wat hij wil.

Oorlogen, moorden, aanrandingen, lijfstraffen; wereldwijd gebeurt er van alles in de naam van God. En als God het daar allemaal inderdaad mee eens is, denk ik dat die God niet veel goeds betekend.

Natuurlijk heeft iedereen het recht om te geloven in wat hij of zij wil; De Paashaas, Sinterklaas, de Kerstman, of God. Maar kan men dat dat geloof voortaan lekker voor zichzelf houden. En de politiek, de media en de rest van de samenleving er buiten laten. Dat zou een hoop gedonder schelen.

dinsdag 23 maart 2010

De vriend, de barman en de vrijheid

Het wordt weer lente, de zon schijnt, iedereen lacht en flirterige vlinders fladderen overal dwars doorheen. Stelletjes picknicken in het park en zoenen tot je er misselijk van wordt. De terrasjes stromen vol met single mannen en de zon maakt alles net een beetje mooier dan het eigenlijk is.

De lente geeft mij altijd het gevoel van vrijheid. En afgelopen jaren was ik ook altijd vrij. Vrij om te doen wat ik wilde, met wie ik wilde en wanneer ik wilde.
En ja, even kort door de bocht, ik heb het dus over flirten met jongens.
Nu weten sommigen van jullie wel dat ik inmiddels alweer een jaar ‘aan de vent ben’ of ‘onder de plak zit’, zoals je dat kunt noemen. En daar ben ik over het algemeen heel erg gelukkig mee. Maar dat vrij zijn en flirten, dat kon nu dus niet meer.

Ik heb het altijd moeilijk gevonden me aan te passen aan de beperkingen van de vrijheid. Ik ben dan ook een voorvechter van de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst, de vrijheid van onderwijs, enzovoorts.
En ondanks dat de liefde prachtig en veilig en rustgevend hoort te zijn, wordt ik er soms een beetje bang van. En zo belandde ik een paar weken geleden in een dilemma:
Ik wilde ook lachen, flirten en lol maken, maar dat leek niet helemaal samen te gaan met het relatie leven.

En terwijl mijn hoofd vol zat met die gedachte aan verloren vrijheid, kwam ‘hij’ op mijn pad; de barman van mijn nieuwste ‘stamkroeg’. Laten we hem voor het gemak maar De Barman noemen, ondanks dat hij eigenlijk gewoon Thomas heet.
De Barman is niet bijzonder knap, veel minder aantrekkelijk dan mijn vriend en lang niet zo grappig, maar toch wist hij mijn aandacht vast te houden. Gepraat ging over in geflirt. En ik betrap hem af en toe op een behoorlijk onsubtiele aanraking of opmerking.

Een beetje fout voelde het wel, terwijl ik eigenlijk wel weet dat barmannen met iedereen en alles flirten, in de hoop op een vette fooi. En ondanks dat ik nooit ook maar een kus zou afstaan aan deze barman, was het erg gezellig en stiekem was die aandacht best leuk.

Na die avond voelde ik me schuldig, ik wilde geen dingen verborgen houden voor mijn vriend, maar ik wilde ook niet dat hij zich later bedrogen zou voelen. Na een paar dagen nagedacht te hebben over deze kwestie, bleek zoals altijd de moeilijkste oplossing de beste te zijn: eerlijkheid.
Dus vertelde ik vriendlief over de grappige barman en hoe gezellig ik het in de kroeg gehad had. Reactie? ‘Mooi zo! Heb je al gratis bier van hem gekregen?’. En dat helemaal zonder sarcastische ondertoon.

Gelukkig kon mijn vriend er dus ook om kon lachen, zonder boos of jaloers te worden. Toen ik vroeg of hij dan niet bang zou zijn dat ik een keer met iemand anders in bed zou belanden, sprak hij de volgende magische woorden: ‘Nee hoor, want ik vertrouw je en ik weet toch dat je van me houdt’.

Uiteindelijk bleek ik dus de enige te zijn die zich zorgen maakte, maar ik heb wel geleerd hoe gelukkig ik moet zijn met mijn lieve, stoere en vooral relaxte vriend, die mij volop durft te vertrouwen.

Vrijdag is het weer Girls Night Out. Ik weet zeker dat ik weer bij Thomas aan de bar beland. Maar als ik dan thuis kom kruip ik het liefst lekker naast mijn vriend in bed en vertel ik hem hoeveel grappige foute opmerkingen De Barman die avond gemaakt heeft. En vriendlief? Die weet dat ik uiteindelijk toch het liefst in zijn armen in slaap val.

donderdag 4 maart 2010

Democratisch drama

Gister was het dan zo ver, de gemeenteraadsverkiezingen! Zoals bij de meeste verkiezingen geeft dat de burger het recht om zijn mening te laten horen, en een verschil te maken. Natuurlijk zijn er ook andere soorten verkiezingen, de zogenaamde vleeskeuringen. Maar bij de gemiddelde missverkiezing zul je geen politici aantreffen, hoewel ik Femke Halsema en Agnes Kant best tegen elkaar zou willen zien strijden om zo’n felbegeerd kroontje.
Verder zijn de meeste lijsttrekkers niet erg aantrekkelijk, dus kunnen ze het beter bij de politiek houden. En aangezien de meeste deelneemsters aan missverkiezingen zich meer interesseren voor krultangen dan voor debatten, zal ik proberen die werelden verder gescheiden te houden.

Inhoudelijk goed onderbouwde plannen, een bekwaam leider en intelligente kandidaten, dat is waar een goede partij volgens mij aan zou moeten voldoen. En in Almere hebben de burgers hun partij gevonden; De PVV.
Niet dat ik ooit van plan was het mooie Amsterdam in te ruilen voor iets als Almere, maar nu weet ik het zeker. Al zijn de huizen er nog zo nieuw en goedkoop, ik zet er geen stap. Want dat Wilders er aan de macht komt lijkt me een prima experiment, maar het idee dat het merendeel van de Almeerse burgers op hem heeft gestemd, geeft voor mij aan dat ik daar niet tussen hoef te wonen. Het risico dat je toekomstige Almeerse buurman een voorstander zou zijn van Geert vind ik iets te groot. En daarbij vind ik hoofddoeken best gezellig staan in het straatbeeld.

Dat ik het niet eens ben met het massaal stemmen op Wilders lijkt me wel duidelijk, maar die mensen hebben gelukkig gewoon gebruik gemaakt van hun goed recht. Wat nog veel erger is, is het niet stemmen. Mensen die vinden dat ze hun kostbare tijd wel beter kunnen besteden dan mee te werken aan de toekomst van hun land. Of denken dat het toch niets meer uit maakt wat je stemt. Men is ingedut en uitgezakt, terwijl dat juist de grootste klagers zijn.

In Nederland is er namelijk nooit iets goed. Als de zon schijnt is het te warm, als het regent te nat en die witte winter lijkt leuk totdat het echt eens flink begint te sneeuwen. Maar daar kunnen we helaas allemaal niets aan doen, dus dat gezeik is tot daar aan toe.
Het eeuwige gezeik over de politiek, daar is wel wat aan te doen. En als je niet stemt, mag je dus ook niet zeiken.
De dramatisch lage opkomst bij de verkiezingen gister zou dan dus betekenen dat er een heel stuk minder zeikende burgers zijn. Als je niet stemt, wil ik je stem verder ook niet horen. En als er gewoon geen partij is die jouw stem verdiend, dan begin je toch je eigen partij? Ook dat is je goed recht, en dat moet men zich maar eens gaan realiseren.

In Nederland hebben we een prachtige democratie, waarin burgers enorm veel rechten en vrijheden hebben. Stemrecht en vrijheid van meningsuiting, zaken waar elders in de wereld elke dag voor gestreden moet worden, maar waar veel Nederlanders niet eens gebruik van maken. En dat betekend niets anders dan dat wij een volk aan het worden zijn vol klagende bankhangers. De beste stuurlui staan aan wal, en de beste politici blijkbaar ook.

Gelukkig krijgen alle stemgerechtigden dit jaar nog een kans, want door de val van het zoveelste kabinet Balkenende is de weg naar verandering heropend. En nu maar hopen dat de Nederlander bereid is zich een klein beetje in te spannen voor die verandering.